Gisteren en vandaag hebben we onze eerste praktijkdagen gehad. We zijn best onder de indruk van de hele situatie. Het is zo ongelooflijk anders allemaal dan het werk wat we in Nederland deden. Het voelt ook als een sprong in de tijd…. maar dan terug naar de jaren zestig, of wellicht nog wel verder. En…. we lopen rond in uniform!!!
Beiden werken we op gesloten afdelingen. John werkt op afdeling 93. Hier zijn patiënten opgenomen die lijden aan depressie en hiertegen worden behandeld. Een grote groep van hen met ECT. Er verblijven 21 patiënten op deze afdeling.
Richard werkt op afdeling 90. Dit is de afdeling waar de dwangopnames plaatsvinden. Er is plek voor 10 patiënten die voor korte tijd worden opgenomen.
Het eerste wat opvalt is de hoeveelheid personeel die op de afdelingen werkt. (nou ja werkt… ze lopen soms rond). Bijvoorbeeld op afdeling 90… hier werken vijf artsen waarvan twee psychiaters. Per dienst zijn er twee verpleegkundigen en zeven sköterskor (soort onderzuster) op de afdeling. Omdat de late diensten om 11.30 beginnen loopt dus rond 14.00 zo’n 18 mensen rond op een gesloten afdeling. Patiënten worden hier heerlijk rustig van… (niet). Officieel bestaat de separeercel niet in Zweden. Het wordt hier een dwangruimte genoemd. Patiënten worden met armen, benen en buik vastgebonden op een brancard en dit kan tussen de vier en 72 uur worden volgenouden. De hoeveelheid medicijnen die wordt voorgeschreven is bizar. Drie soorten kalmeringsmiddelen door elkaar, met her en der een antipsychoticum erbij, is bijna standaard. Wat op ons nog wel het meest onprettig overkomt is dat er werkelijk geen zak gedaan wordt met patiënten. De verveling viert hoogtij. En dat is raar. Met zoveel mensen aan personeel zou je zo veel aan behandeling en activiteiten kunnen doen.
John is vandaag begonnen met lullig memory-spelen op de afdeling. Richard heeft het boek gevonden waarin staat hoe je patiënten die gedwongen zijn opgenomen wel naar buiten kan laten gaan (arts moet toestemming geven en minimaal twee per patiënt waarbij duidelijkheid is over de afspraken). Vanaf volgende week gaan we het beiden iets anders aanvliegen.
Het hele lastige is dat we nauwelijks taal hebben om ons verstaanbaar te maken. Als medewerkers en collega’s zien en begrijpen we veel van wat er gebeurt. Maar de zweedse taal die we tot hebben gaat over onderwerpen die dicht bij onszelf liggen. En dan lukt het ons ook alleen als mensen berreid zijn rustig en duidelijk te praten.
Eigenlijk komt het er kort op neer dat we in een apepak rondlopen maar met een mond vol tanden staan. We moesten beiden even slikken, maar inmiddels denken we dat we er wel uitkomen; het is nooit de bedoeling geweest dat we hier beiden lang zouden blijven rondlopen. Zodra we het systeem een beetje begrijpen gaan we op zoek naar iets anders. Tot die tijd is het goed te doen.
Morgen gaan we de eerste dingen verhuizen naar ons nieuwe huisje. We houden jullie op de hoogte.






























